Skip to content

Toon toont #20 lui/portretten Jeffrey Silverthorne

Jullie weten allemaal dat ik redelijk lui ben, dus ik herneem gewoon een oude toon toont meer bepaald toon toont #10. Ik doe opnieuw een poging iets zinvols te schrijven over enkele beelden. Ze zijn van prof. Jeffrey Silverthorne. Het zijn portretten. Portretten zijn nog steeds ‘mijn ding’ niet.

Sarah, 1984
Kiera, High Lake; 1980
German Man, 1994

Lang vroeg ik me af waarom deze drie beelden me boeien. Ik weet het nog steeds niet.

German Man, 1994

Die man ziet er helemaal niet Duits uit. Hij kijkt wel recht naar ons met een blik die verwarring opwekt en een beetje angst aanjaagt. Zijn pose? Hij lijkt wat nerveus. Zit hij wel comfortabel? Is hij gespannen? Heeft de fotograaf vooraf met hem gepraat of kwam hij er toevallig langs en maakte een foto? Zijn kostuum zit iets te ruim. Wat staat er op z’n stropdas? Zijn handen? Waarom geeft Jeffrey de naam van de man niet als titel van de foto? Heinrich, Gerhard, Ernst, Thomas, …? Dat doet  hij wel met de twee andere portretten. Het is zonder twijfel een typische Jeff Silverthorne opname. De intensiteit van het moment is zichtbaar, subjectief: fotograaf zowel als geportretteerde zijn aanwezig. De definitie van Wolfgag Tillmans: ‘Naar mijn mening zal even uitstekend, pakkend portret afhangen van de wederzijdse bereidwilligheid om persoonlijke kwetsbaarheid en zwakte te tonen.” (1) Hanteerbare en mooie opvatting van Wolfgang. Allicht heeft hij daar nog veel meer over te vertellen. Gelukkig laat Jeffrey toch nog iets over aan de verbeelding. Ik kijk en stel me vragen. Ik stel me er iets bij voor. “Verbeelding is een wonderlijk iets. Het is zoals de fotografie, het vertelt de waarheid en toch ook weer niet omdat de kijker zijn eigen informatie toevoegt.’ (2) Johan de Vos zou zeggen: “ Zie je wel, het is een leugen, de foto is altijd een leugen.!”

Kiera, High Lake, 1980

Dit beeld heb ik gezien op ParisPhoto 2013 bij galerie ‘VU. Ze kijkt naar me zonder te kijken. Ze realiseert zich dat ze wordt gefotografeerd. Ze staart naar oneindig én naar ons. Ze had plezier bij het zwemmen in het meer. Mooi scherp. Mooi licht. Hoe zou Kiera haar handen houden?

Sarah, 1984

Ik weet niet of ze kijkt of niet kijkt. Die armen? Ik weet het niet. Beschermd ze zichzelf? Haar mond? Ik weet het niet. Wie heeft die allemaal gekust? Is ze bedroefd of juist sterk? Ze voelt de zon en haar armen. Zeker voelt ze de camera. Mooie vrouw, Sarah.

“Het portret dat zich verweert tegen zijn dreigende objectivering.”(3) of “Het fundament van het portret is het gevaar van een schokkende ontvoering, niet onder verdoving, maar bij volle, zij het machteloos bewustzijn.(4) De laatste regel van Dirk Lauwaert’s artikel luidt: “Het portret wordt steeds enigmatischer, het verduistert.”(5) Heeft professor Jeffrey Silverthorne zijn onderwerpen ontvoerd? De portretten zijn wel geloofwaardig. Ze laten ons niet onverschillig. Gelukkig is de tijd voorbij dat men geloofde dat het portret de ziel, de persoonlijkheid, het innerlijke van de geportretteerde kon onthullen. Dat was een dwaze mythe. Of toch?

 

(1) uit ‘Portraits’ Wolfgang Tillmans Verlag der Buchhandlung Walther König, Köln, 2001

(2) uit een interview met Jeffrey Silverthorne; Live in London part two ‘Desire, Struggle and Confusion’ www.contemporatytalks.com , september 2011

(3)(4)(5) uit ‘Artikels’ Dirk Lauwaert, de gelaarsde kat, 1996, ‘Pose en portret’